De harde overgang van de Videovakvrouw. Waarom eenvoud en vakkennis bij elkaar horen

Dit is een ode aan de harde las. De cut. De Schnitt.

Met andere woorden: aan de simpelste beeldovergang die er is.

Gewoon het ene shot na het andere. Zonder effecten. Geen cross, geen dissolve, geen wipe. En al helemaal niet één van die andere hocuspoces-beeldovergangen die je in montageprogramma’s als Screenflow, iMovie, Moviemaker, Camtasia met het gemak van een sleepbeweging op je film zet.

Hard, dus. Het simpelste is vaak het mooiste

En als het niet het mooiste is, dan heb je iets verkeerd gedaan. Dan klopt het niet. De harde las brengt dat genadeloos aan het licht.

Beeldovergangen

Vroeger was er maar één. Die harde. Twee stukjes film aan elkaar vastgeplakt. Later kwam de dissolve: twee beelden die in elkaar overvloeien. Met de komst van video ging het dak er af. Alles kon. Zichzelf als een boekpagina oprollend beeld, beeld dat in honderden blokjes uit elkaar valt, een concentrisch pulserende cirkel die het volgende shot onthult. Mindblowing effecten.

Meestal gaan ze nergens over

Ze ondersteunen zelden het verhaal dat in de film verteld wordt. Dat is het rottige van ongevraagde extra’s: je gebruikt ze omdat het kan. Niet omdat je ze nodig hebt.

Een film met zulke effecten vertelt ook iets over de maker

Dat is een amateur. Een professional zal ze niet gebruiken. Die doet dat anders. Die zorgt ervoor dat de beeldovergangen kloppen.

Harde lassen dus

Beelden achter elkaar zetten zonder poespas. Zonder dat je kijker denkt: hè, wat zie ik nu? Er moet genoeg verschil zijn tussen twee shots om als kijker niet in de war te raken. Daarom moet je variëren. Bij het monteren, en dus ook bij het opnemen. Met een beetje basiskennis trap je niet in de val van de amateur.

De truc is dat de shots die elkaar opvolgen van elkaar verschillen.

Hieronder zie je een tekening (uit het boek “Filmdirecting shot by shot”, van Stephen D. Katz. Geweldig boek als je meer wil weten over hoe je beeldtaal gebruikt in je film. Of een gesprek opneemt).

Close up, medium, wide, totaal, alle shots met hun benamingen

Illustratie uit “Film Directing, shot by shot” van Steven D. Katz, met illustraties van Stephen Katz en Frank Bolle ⓒ 1991 Michael Wiese Productions

 

De tekening geeft de verschillende shots aan. Twee keer hetzelfde soort shot achter elkaar van hetzelfde onderwerp is in 99% van de gevallen niet mooi. Verwarrend. Irriterend.

“Dat snijdt niet” zeggen de profs

Een jumpcut heet het officieel. En het is volgens de regelen der kunst not done. Daar wil een regisseur niet op betrapt worden. Jij dus ook niet.

Een ander shot dan het vorige. Dat is wat je nodig hebt. Van medium naar close en dan weer een totaal. Dan, en dan alleen, vertel je een verhaal met je film. Dan oefen je een vak uit.

Het kan met de meest simpele middelen

Ook thuis, ook met je smartphone. Maak meerdere soorten shots. Een ruim shot, een close up. Wissel het af, als je je film monteert. Kijk terug. En zie, ervaar, hoe prettig en gemakkelijk dat kijkt. Hoe gemakkelijk je boodschap binnenkomt bij je kijker. Die jou vertrouwt, omdat je zo professioneel overkomt.

Is er een manier om het anders op te lossen?

Zeker wel. Twee stuks. De eerste zie je in alle nieuwsprogramma’s in overvloed voorbijkomen.

Een snijshot.

Hoe werkt dat? Stel je hebt twee shots die hetzelfde zijn. Uit een interview, bijvoorbeeld. Twee antwoorden, die je achter elkaar wilt zetten.

Zoiets:

interview1

Dan is dat een jumpcut. Dan komt het zogenaamde “snijshot” goed van pas. Een shot van het onderwerp waarover gepraat wordt. Of van omstanders. Of van de omgeving, en de politieauto die er ook bij was.

intmetsnijshots

Zaak is dat het relevante shots zijn, die gaan over het onderwerp dat besproken wordt. Het journaal zit vol met dit soort shots. Want je kunt niet eindeloos filmen bij zo’n interview. Niet vragen of alles nog een keer opnieuw kan, maar dan met een ander shot. Daar is geen tijd voor.

Toch: het is wat het is

Een oplossing voor het probleem dat jumpcut heet. Een lapmiddel. Als het echt goed opgenomen was, dan had je het niet nodig.

Grote kans dat je nu denkt: ha, ha. Griffioen, Vi-de-o-vak-vrouw die je daar bent. Je hebt wel een beetje een grote mond nu. Ik trap er niet in. Je doet het zelf ook, die jumpcuts. In je eigen filmpje nog wel.

Dat is dus optie twee. Die er altijd is.

Er zijn regels voor het maken van een goede film. En niet voor niets. Want je wil dat je film begrepen wordt. En bekeken, tot het laatste frame van het allerlaatste shot. Maar er is geen filmhel waar de makers van slechte beeldovergangen tot het eind der tijden handenwringend tandenknarsend hun tijd beiden. Dus je kunt doen wat zelf mooi vindt. Zolang je verhaal en je kijker je eerste prioriteit zijn, mag je alles.

Jumpcuts. De beeldovergangen uit iMovie. Grappig bedoelde effecten.

De sky is de limit.

 

 

 

{a1062ar7674}

 

 

 

photo credit: its*me*red via photopin cc

6 antwoorden
  1. Kitty Kilian
    Kitty Kilian zegt:

    Verdraaid, wat een goed stuk. Ik snap het. Daarom zag dat interview van jou met je collega van een tijd geleden er zo goed uit. Twee keer opgenomen. En anders andere overgangen verzinnen.

    Beantwoorden
  2. Walter
    Walter zegt:

    Behalve in Star Wars.
    Daar mag het wel: een clockwipe of rechte wipe als overgang tussen 2 locaties. :-p

    Zelf gebruik ik harde lassen en crossfades: afhankelijk van de inhoud, het tempo en het ritme van de film. Soms vraagt bijvoorbeeld de muziek juist om een harde las of een fade.

    Dit blog doet me denken aan de eerste softwareles op de academie: “Dit is de map met ‘fancy’ overgangen. Speel er het komende half uur mee en raak ze daarna nooit meer aan.”
    Was een mooie tijd (de academie, niet alleen dat half uur 😉 )

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *